top of page

Maïm

16 dec 2022
2 minuten om te lezen

Het hoofd van mijn hond is grijs, er groeien her en der wratjes en ze loopt kreupel. Bij warm weer sleept ze zich hijgend door de dagen, is het koud dan rilt ze. Op de heenweg van onze wandeling snuffelt ze lichtvoetig, terug sjokt ze achter me aan – de lijn maximaal. Daarna laat ze zich languit vallen over de koude vloer, haar tong plakkend aan de tegels.

Ik zie mijn hond aftakelen. Voor mijn ogen. En dat maakt me bang.

Wanneer ik thuiskom, maan ik mezelf tot rust. Ik sta mezelf niet toe rare gedachten te hebben. Maar bij het parkeren van mijn auto houd ik een schuin oog op mijn voordeur gericht en ben ik opgelucht wanneer ik achter het raam drukke bewegingen zie. Ik weet: als een jonge hond draait ze rondjes om haar as.

Het hoort er bij, die veroudering, het verwelken na een korte en intense bloeiperiode. Maar ik vind het moeilijk te accepteren dat we maar heel even in opbouw zijn; het merendeel van ons leven staat in het teken van de vergankelijkheid. We takelen af om weer te verdwijnen. Het leven is de dood.


Ben ik blij dan danst ze met me mee. En wanneer ik huil, likt ze mijn tranen weg.

Maïm is het leven, en met haar verschijnt de dood. Elke dag drukt ze me die in het gezicht. Niets is blijvend. Niets kan ik bij me houden. Niets van wat ik vandaag ervaar, is morgen nog een zekerheid. En dat hoeft ook helemaal niet; er zal altijd een afdruk blijven bestaan. Al is misschien dat juist het probleem. Soms is die afdruk een herinnering van de liefde, vaker nog is het een stempel van de angst.

Wat zal er overblijven als Maïm er niet meer is? Wat van datgene dat ik voor haar deed en voel, mag ik aan de liefde toeschrijven? Een overgave aan het leven... Dat is wat de liefde vraagt. Ik vind dat moeilijk. Het is eerder de dood die me leeft: als masker van de angst.

Ja, ik liet Maïm toe, ik ontfermde me over haar, drukte haar tegen me aan en corrigeerde om al weer veel te snel toe te geven. Ik gaf haar eten, ik waste haar, verzorgde haar wonden, vloekte soms en lachte nog veel vaker.

Als ik boos ben, kijkt zij onschuldig. Ben ik blij dan danst ze met me mee. En wanneer ik huil, likt ze mijn tranen weg. Bij elke stap die ik zet, beweegt zij mee. Bij iedere groei, verandert zij met mij.

Maïm is als mijn kind.

Maar is dat liefde? Of vroeg ik alleen van haar wat ik in mezelf tekortkom? En leef ik nu op dat wat zij ooit als een gat zal achterlaten?

Eerlijk? Het maakt me eigenlijk niet uit. Althans, niet nu.

Ik ben gewoon verschrikkelijk bang om haar te verliezen. Is dat erg?



 
 
 

Gerelateerde posts

Opmerkingen


bottom of page