Maïm (4)
Bijgewerkt op: 4 dagen geleden

Daar ben ik nog maar eens met een verhaal over mijn hond. Ze was dan ook weer niet zo fit; graatmager slofte ze achter me aan. U raadt het al: mijn fatalistisch kantje stond handenwrijvend klaar. We gingen nu écht de laatste fase in; ze zou waarschijnlijk de zomer niet halen.
Maar zie daar. Haar opgetogen hupje wanneer we de deur uitlopen, is terug en tijdens de wandeling snelt ze zelfs voor me uit - haar buik ook weer wat boller dan een week eerder en nieuw vlees rond haar ribben en ruggengraat.
Kortom: de waan van de dag herpakte zich en zo lopen we deze avond weer samen de stilte van de nacht in; alsof er niets is gebeurd; alsof Maïm niet ziek was en ik niet nog maar eens de angst had haar te verliezen. Ik leef weer heerlijk met dat idee dat ze nog jarenlang bij me zal blijven.
Ondertussen hoor ik de realiteit natuurlijk aan mijn geweten knagen. Mijn moeder benoemde het vorige week nog bij een lunch. ‘En dan, als Miemie er niet meer is?’, probeerde ze achteloos, maar dan met een hoge stem op het einde van haar zin. Ze keek naar het stuk kipfilet dat ze over haar broodje drapeerde en toen kort naar mij. Haar glimlach was bescheten.
Een banaan, een appel of wat brood. Een leven vol structuur … daar klampt ook een mens zich aan vast.
Ze vroeg natuurlijk ook niet om een antwoord. Ze probeerde ermee te zeggen dat ze het wel wist: ‘wat dan’, wetende wat onze boxer thuis voor ons had betekend; voor haar als pas gescheiden vrouw die de zorg voor haar kinderen ineens alleen diende te dragen, en voor ons, dochter en zoons in een gezin dat niet meer heel was. Ze wist maar al te goed dat Maïm die plek nu inneemt en dat ze dat, in mijn kinderloze huishouden, misschien nog wel meer doet dan onze hond toen deed.
Ik antwoordde dat ik dan waarschijnlijk een week in bed zou blijven liggen en lachte maar wat. Het ging vanzelf. Zoals ik ook automatisch mijn blik afwendde en maar wat naar Maïm ging zitten kijken.
Ze lag languit over haar mand, haar wang hangend over de rand. Ze ronkte zachtjes, als een baby die nog geen zorgen kent. Of een dier. Een hond dus. Levend van de ene wandeling naar de andere, van haar etensbak naar de versnaperingen tussendoor. Een banaan, een appel of wat brood. Een leven vol structuur … daar klampt ook een mens zich aan vast.
Zo waren er al duizenden avondwandelingen als deze, en telkens weer kijk ik vertederd naar hoe haar oortjes meeveren bij de stappen die ze zet. Ik weet waar ze zal stoppen om te plassen, waar ze gras zal willen eten en waar ik haar moet weghouden van de kattenstront. Ik herken elk geluidje, zie iedere beweging en ik volg het ritme van haar pas, dat ook de cadans van mijn leven bepaalt. En zo klinkt deze avond weer het heerlijke, slepende gemak van ontspanning door de straten - donker en eindeloos vrij van zorgen.




Opmerkingen