top of page

Maïm (2)

16 dec 2022
2 minuten om te lezen

Soms beeld ik me in dat mijn hond er niet meer is. Oké vaak: ik beeld me dat vaak in. Oké, oké, dagelijks wel. En dan een paar keer.

Ik kijk graag naar haar, naar Maïm. Wanneer ze voor me uit trippelt, geniet ik van het geluk dat elke wandeling weer voor haar is; onvoorwaardelijk en kraakvers, zoals iedere nieuwe zonsopgang voor ons. De velden heiig en aan de horizon dat palet van kleuren waar we met onze gedachten niet bij kunnen. Elke ochtend onthult de onzekerheid van een nieuwe dag, van kansen, van leven, om in zekerheid te sterven in de nacht. Zo draagt elke wandeling in zich dat Maïm er nog is, wetende dat ze in de schemer van haar leven is.

Met de week moet het een beetje minder zijn geworden: haar wilde enthousiasme. De jaren moeten haar gezicht grijs hebben getekend, haar oren hebben doen stinken en haar kromme achterlijf steeds meer aan haar woelige verleden hebben doen herinneren. Dat is de theorie, zo zou het moeten zijn gegaan, maar ik zag het niet eens echt gebeuren. Het is er nu gewoon. Elke dag snoept het leven iets af van haar bestaan. Elk uur is er een hapje, iedere seconde een kruimel. Achteloos en onopgemerkt en in lijn met die ene zekerheid: de dood.

Hoe vaak ik ook denk aan dat moment, dat ik de ochtend na haar afscheid mijn slaapkamerdeur open en haar staart niet langer de spijlen van de bench hoor teisteren, haar niet meer naast me op de bank voel nestelen om haar hoofd op mijn borst te duwen, haar onopgemerkte zucht niet meer zal horen: ik zal niet weten hoe het zal zijn. Het is maar een idee, dat komt met lege beelden vol gevoelens die ik verdring. Een onaangeroerde etensbak, een achtergelaten mand, het kleed onbemand op de bank en de halsband zielloos aan de hoek van de verwarming; het leven verdampt.

Ik mag niet huilen van mezelf. Het is nog niet zover. Het komt ooit, maar nu nog niet. Ze is er nog. En dus geniet ik van al dat leven dat nog niet toe is aan de dood. Steeds een beetje meer. Van elke blik, van iedere aanraking, van haar enthousiasme, haar geur – ze stinkt zo lekker...

Het zou een loos voornemen kunnen zijn dat de tijd snoeihard achterhaalt, maar ik merk écht dat ik dat doe. Ik kijk meer en meer naar haar. In de achteruitkijkspiegel van mijn auto, wanneer ze onnozel naar buiten blikt of haar staart opricht als een fietser te dichtbij komt. Wanneer ze slaapt, de postbode weer eens het stuipen op het lijf jaagt, met haar neus speurend over de grond een kat op de hielen denkt te zitten en haar tong over haar lippen laat gaan als ze wacht op de lekkernij die ik voor haar meebracht.

Ik kan er geen genoeg van krijgen, van dat kijken naar haar. En god, wat zie ik haar graag.



 
 
 

Gerelateerde posts

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page