De grillen van de natuur
Ik ben te gast op een boerderij in Frankrijk. Een Ierse wolfshond, hazewindhond en Jack Russell bepalen het ritme van het erf. De schapen houden afstand achter de omheining, de kippen dagen uit en de haan kraait, maar het zijn de honden die bepalen welk deel van hen is.
De Jack is de baas. Althans, als het aan hem ligt. Wanneer zijn kompanen te dichtbij komen, grijpt hij hun oor. Kort, maar indringend. De hazewindhond is het liefst in de keuken: zijn twee voorpoten tegen het aanrecht en zijn tong over de borden. De wolfshond is met zijn zes maanden de jongste, maar immens. In zijn gedrag is hij echter kleiner dan de Jack, dat hij afstemt op de grillen van zijn huisgenoot.
Deze morgen is het erf zomaar zijn ritme kwijt. De haan en zijn kippen scharrelen vrij rond, de schapen komen langzaam dichterbij – de honden zijn verdwenen.
Hun sporen leiden naar het bos. Daar blijkt dat de Jack en hazewindhond hun prooi in een hoek hebben gedreven. Ze trekken aan zijn lijf. De wolfshond kijkt toe, ogenschijnlijk te jong geacht voor het grote werk.
De honden trippelen mee op het ritme, pikkend van een stukje darm of lever wanneer de vrouw even niet oplet.
Hun bazin komt aangerend en gooit zich ertussen. Ze tilt het hert op en slaat een hand voor haar mond. Het dier is amper een paar maanden oud; de moeder zal niet ver weg zijn.
De vrouw sleept het hertje achter zich aan naar huis: met één hand om de voorpoten ketst het achterlijf over de kasseien, het hoofd levenloos. Ook de honden trippelen mee op dat ritme, pikkend van een stukje darm of lever wanneer de vrouw even niet oplet.
Eenmaal thuis legt ze het dier in een schuur, de poort op slot. De honden stuurt ze naar binnen, ook die deur gaat dicht. Dan buigt ze haar hoofd. ‘Dat is de natuur’, mompelt ze. Op haar wenkbrauw een druppel bloed.
Een dag later stroopt de boer het hertje: hij verwijdert de organen en snijdt het vlees van het bot. Vier poten, het zachte bruine vel en de hoefjes nu los van het karkas. De boer kijkt bedrukt. Het bloed nog zo vers, de spieren mals, het vlees donkerrood. Zo veel leven dood. De honden hangen hijgend om hem heen.
De grillen van de natuur tegenover de emoties van de mens.




Opmerkingen