Elysium

Ik was zes toen mijn moeder vertelde dat er ‘een baby in de buik’ zat. Ik wist dat toen al; dat had ik allang aan haar gezien. Haar buik was elke dag weer ronder dan de dag ervoor – haar navel er als een knikker bovenop. Elke dag vroeg ik: ‘Hoelang duurt het nog, voordat de baby komt?’
Op de avond van de bevalling haalde onze vader mijn andere broer en mij op bij onze oma. Ik zie hem nog staan, in de keuken. Hij had een blik in zijn ogen die ik niet van hem kende. Alles was goed gegaan, zei hij, en de baby is een jongetje: Paul. Eenmaal thuis sloot ik hem in mijn armen. Alsof ik hem nooit meer zou loslaten.
Hij was een man geworden. En nu was hij op weg naar zijn droom
Talloze foto’s zijn er van ons. Ik op de bank, met Paul op schoot. Ik in het zwembad, met Paul aan mijn zijde. Ik op het voetbalveld, met Paul in de goal. Ik in bed, met Paul naast me op het matras op de grond. Ik in bad, een kam door Paul zijn doorweekte haren om zo de gekste kapsels te tekenen. Ik, als grote zus, die mijn broer beschermde, met wie ik de hond uitliet, de ‘tango’ danste in de woonkamer, Champions League-voetbal keek en tot ver na middernacht woordspelletjes deed (van de laatste letter van een voetballer een andere speler opnoemen).
Afgelopen zomer (2019) namen we afscheid. Hij vond een baan in Napa Valley en emigreerde naar de Verenigde Staten. Dit keer voorgoed.
Voor ons ouderlijk huis pakte ik hem vast zoals ik nooit eerder had gedaan. Toen zag ik hem weg rijden, de straat uit: onze oogappel, de benjamin, het nakomertje. Pas toen hij uit mijn gezichtsveld was verdwenen, besefte ik hoe groot hij inmiddels eigenlijk was. Hij was een man geworden. Een man op weg naar zijn droom.
Ik zie hem daar voor me, in Napa Valley. Aan de top van de vallei kijkt hij uit over de wijngaarden die zich uitstrekken over het dal, blinkend in de felle zon. Hij staat daar dan gewoon, zijn voeten wat uit elkaar en stevig op de grond, zijn handen in zijn zakken, zijn neus in de wind en een volmaakte glimlach om zijn mond.
Dat beeld van mijn broer is meer dan een voorstelling. Op die momenten strekt mijn ziel zich uit over zijn omgeving en verweeft zich met de zijne. Als één diffuus wezen. Puur geluk... Dat is wat ik ervaar op die momenten, alleen in de auto, wakker in bed of starend uit het raam, verzonken in gedachten – zwervend door dat universum dat we delen.
Dat beeld is mijn houvast. Het houdt me op de been, nu er met zijn vertrek iets in mij verloren ging.
In de bagageruimte zijn koffer, mijn zekerheden gewikkeld in de geur van zijn kleren
Alsof iets zich van me losscheurde en met hem meereisde. Zo voelde dat, op de dag dat hij vertrok. Steeds weer keek ik op internet waar hij in de lucht hing en dan zag ik hem zitten, turend uit het raam. Zijn verleden steeds kleiner, zijn toekomst lonkend. In de bagageruimte zijn koffer, mijn zekerheden gewikkeld in de geur van zijn kleren. Ik kon hem zien wanneer ik wilde, hem vasthouden, ik had een idee van wie en waar hij was. Nu ontwaakt hij wanneer hier de dag in de nacht verdwijnt en andersom. Mijn wereld op zijn kop.
In de weken die volgden, draaide ik het nummer Elysium van Bear’s Den steeds opnieuw. Het gaat over de grote broer die zijn kleine broeder bijstaat van raad en daad. Hij waarschuwt hem dat ook in idealen donkere momenten schuilen: guard your hope with your life, zeker als hij zijn eigen fouten zou maken. En zo diende ik ook Paul los te laten. In Nederland had ik hem nog kunnen beschermen in dat getroubleerde gezin dat we waren, dat hield ik mezelf althans voor; dat ik dat voor hem had kunnen doen. Maar nu was hij weg. En ik prentte me dan maar die ene zin in: dat we in een ander gebied, in some great Elysium, altijd één zijn, hij en ik.
Maar deep down, ergens ver weggestopt in mij, ging het natuurlijk om die ene, andere frase: Brother, please never grow up...
Brother, do you believe in an afterlife
Where our souls will both collide In some great Elysium Way up in the sky
Free from our shackles, our chains Our mouths, our brains We’ll open all the gates And we will walk careless
Straight into the light...
I’ve never felt so enlightened With every page I turn I only find myself Feeling more alone
Posing questions to a silent universe My very thoughts a curse They just seem to multiply Forever in my mind
Brother don’t grow up Brother please never grow up
Just hold out against the night Guard your hope with your life
For the darkness, she will come Oh and you’ll have nowhere left to run Oh but your eyes are wider than mine And help me to see Just hope that age does not erase All that you’ve seen Don’t let bitterness become you Your only hopes are all within you Hold out against the night
Guard your hope with your life.



Opmerkingen