top of page

Aandacht

16 dec 2022
4 minuten om te lezen

Ik heb de krant uit, alle nieuwssites bekeken en boodschappen gedaan. De dag duurt nog lang en mijn agenda is leeg. Hier keek ik na twee dagen drukte en de onzekerheid van een avond in de spotlights naar uit; de rust van een joggingsbroek en een te grote trui.

In de auto kon ik zelfs geen muziek verdragen. Er was te veel geluid geweest. Te veel stemmen, te veel mensen. Te veel geuren ook, te veel beweging. In mijn schrijfhuisje tussen de weilanden en bij het horen loeien van de koeien zou alles weer normaal worden.

Maar nu het zover is, dwaal ik door het huis. Van de kamer naar de keuken, de trap op en weer terug naar beneden achter mijn laptop. De websites nog eens langs, de mails opnieuw door en dan toch weer naar de keuken, voor nog een kop koffie misschien, met iets lekkers. Maar in de lade vind ik geen zoet, dat was een kwartier eerder ook al zo. En op internet zie ik dat het laatste bericht hetzelfde is als een minuut eerder.

Ik kijk naar buiten, naar de heiige deken die over het veld ligt. Op zoek naar houvast.


Vrouwen van plastic, mannen niet van steen en een maître d’hôtel met een vijfliterfles bubbels

Mijn boek ligt in de winkels, Mooie Cor heet het. Het werd twee dagen daarvoor gepresenteerd, in een zaal vol (voetbal)bobo’s. Heren in pak, microfoons, camera's en felle lampen. Vrouwen van plastic, mannen van alles behalve steen en een maître d’hôtel met een vijfliterfles bubbels. De contouren van een leven in oppervlakkigheid tekenden zich in elke hoek af.

Ik vreesde er al voor toen we vooraf in het aangrenzende restaurant iets aten. Naast het tafeltje waar ik met drie vrienden zat, namen een man en een vrouw plaats. Zij een lange jurk, felle lippenstift en een kapsel met bollen. Hij sluik en grijs haar, ronde bril op zijn al even bolle wangen en de boord van zijn witte overhemd - met rode stropdas - in zijn nek gesnoerd.

In de uiterste hoek van het restaurant zat ook Cor Pot, de man van wie ik de biografie schreef. Toen hij ‘Dick’ riep en richting de ingang zwaaide, schoot de man met het extra vel op. ‘Dick Advocaat’, zei hij tegen zijn vrouw. ‘Ik ken Dick nog van de tijd dat hij als klein ventje op het veld stond.’ ‘Oh jaaa?!’, klonk het verwonderd. Sommige vrouwen weten precies wat een man nodig heeft.

Een half uur later liep ik de zaal in en daar stonden ze: de man met het kleine overhemd en Dick Advocaat. Die keek om zich heen, de zaal in, met een volwassene naast hem die enkel oog had voor de trainer. Het gesprek speelde zich in een flits voor mijn ogen af. ‘Nou, ik ken u nog van de tijd dat u in Den Haag voetbalde.’ ‘Ah ja...’, mompelde Advocaat. ‘Weet u dat nog? Bij VV Schiet Mij Maar Lek? Ik was dat ventje met een goede actie in huis. En ik was snél, hó! Maar ja ... die knie hè... Die kostte me een carrière als profvoetballer.’ Dick Advocaat had hem zo netjes mogelijk glazig aangekeken en was daarna hopelijk gered door Cor Pot, die hem nog aan een paar kunststofvrouwen wilde voorstellen.

Ik was toen al doorgelopen en zag dat het zo zou gaan, die avond.

Dat bekende Nederlanders zouden worden aangestaard door volwassen mannen. Dat journalisten elkaar heel hard op de schouders gingen kloppen en samen zouden lachen; zij kenden het reilen en zeilen in dit wereldje als geen ander. En ondertussen schuifelden de groepjes vrouwen rond door de zaal, de lippen getuit en hun haren golvend over hun schouders.


Met de ogen op je gericht begin je jezelf met de blik van een ander te zien

Ik was ineens weer in de wereld gezogen waarin ik me al bijna tien jaar beweeg. Een wereld die niet als de mijne voelt en die ik op mijn eigen manier had leren benaderen. Het voetbalveld verliet ik voor de zijlijn; weg van de poeha, dicht bij de mens daarachter. Maar nu zat ik weer in het geweld van uiterlijk vertoon alsof ik nooit was weggeweest. En ik maakte me ineens weer druk over míjn buitenkant.

Ondertussen genoot ik er óók van; mijn boek was af! We hadden een gezellige avond, de wijn was uitstekend, ik ontving ook steeds maar berichten en mensen spraken me aan. De dag erna ging dat zo door. Ik gaf boeken cadeau, praatte er met anderen over, zag op internet filmpjes en hoorde ze erover op tv. Pas laat op de avond zat ik alleen in de auto. Overprikkeld.

Ik keek ernaar uit om me weer te kunnen opsluiten – om mijn hond stinkend bij de kachel te kunnen zien ronken en melancholische muziek op te zetten die de herfstsfeer tot de fijnste periode van het jaar maakt.

Maar de weilanden weerspiegelen vandaag niet de stilte in mij, de tikkende regen is even niet de achtergrondmuziek van een leven in rust. De eenvoud grijpt me bij de keel. Twee dagen in de schijnwerpers aten een hap uit mijn natuurlijke habitat.

In een uur tijd heb ik al tien keer dezelfde internetpagina’s geopend, ik zoek op Twitter op de naam van mijn boek en zodra mijn telefoon stilvalt, stuur ik zelf berichten. Nog in de ochtend besluit ik dat een bord spaghetti goed zal doen, en dat de honger wel zal komen. Dat de muziek me weer raakt als ik maar wil luisteren en dat ik het wel warm ga krijgen zodra ik heb gegeten. Maar de liedjes irriteren me, de spaghetti is te flauw en mijn voeten blijven koud.

Zo machtig is aandacht. Met de ogen op je gericht begin je jezelf met de blik van een ander te zien, die je opslorpt en steeds een beetje meer van je identiteit afsnoept.

Nu hoor ik druppels van de dakgoot in de regenton vallen en zie de dag tergend langzaam dichtslibben in een mistbank.



 
 
 

Gerelateerde posts

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page