top of page

Altruïst

16 dec 2022
2 minuten om te lezen

Maïm en ik, samen in de auto. Natuurlijk samen. Wanneer ik wegga, vertrekt mijn hond met me mee – of toch bijna altijd.


Ik kijk naar haar in de achteruitkijkspiegel en hoe ze daar zit, onderuit gezakt in haar mand. Haar poten steken links en rechts onder haar lichaam uit, als een mens die na het avondeten in zijn luie stoel is neergezegen; moe van het werk. Ontspannen beweegt ze haar hoofd, heel lichtjes, van links naar rechts en weer terug. Ze volgt de ruitenwisser die over de achterruit veegt.


Ik glimlach bij de aanblik van zoveel onschuld. Van al dat niet-weten maar gewoon zíjn. Dat meegaan op de cadans van het leven afhankelijk van een mens, hem al dan niet welwillend gezind.


Ik denk terug aan de man die ik zag in het park eerder die middag. Hij liep weggedoken onder zijn capuchon de perkjes af; het regende. Zijn zwarte labrador wilde snuffelen, rondkijken, met zijn soortgenoten spelen ... maar telkens wanneer de lijn opspande, gaf de man er een rukje aan. Hij keek niet op of om, zei alleen ‘kom’, steeds maar weer. Zijn hond maalde er niet om; die trippelde even vrolijk met hem mee. Hij ging waar zijn baasje hem bracht, alweer vergeten dat er ook andere viervoeters waren.


Terwijl wij hen fysiek door de dagen nemen, dragen zij ook ons. Misschien wel meer dan andersom.

Later die dag kruipt Maïm tegen me aan op de bank. Ik denk na over de gedachte dat ze haar leven inmiddels goed op orde heeft en besef tegelijkertijd dat ze toch ook onvermijdelijk de wandelende afvalbak van mijn geweten is. Wanneer ik geen zin heb in een lange ronde loopt ze net zo blij met me mee terug en heb ik net even wat minder geduld, dan realiseert ze zich niet dat ze mijn stemverheffing hoe dan ook aanvaardt. Het lukte me nooit om met mijn kracht haar zwakte te ondermijnen; haar angst voor de buitenwereld werd de mijne – al zou het ook zomaar andersom kunnen zijn en geef ik met mijn gebrek aan zelfvertrouwen alle ruimte aan haar onzekerheid.


Haar hele leven, hoe ze zich gedraagt, zelfs wie ze is, is afgestemd op mij, op de weg die ik ga, inclusief mijn gebreken. Een andere keuze heeft ze natuurlijk ook niet. Dieren wegen sowieso geen opties af, maar de hond hoort misschien nog wel het meest van al bij de mens, met wie hij zich verbindt en niet meer lost. Die afhankelijkheid en wisselwerking tussen baas en hond, tussen mij en Maïm, raken me telkens weer en soms maken ze me zelfs wat wee; zoveel onvoorwaardelijkheid vraagt verantwoordelijkheden die ik nooit zal kunnen waarmaken. Een hond is maar een hond zover zijn baas hem die laat zijn.


Die goedzakken mokken daar niet over. Geen repercussies; altijd vrolijk en aanwezig. Iedere dag opnieuw. Ze kunnen simpelweg niet anders dan dat, dan te vergeven. Dat zie ik telkens opnieuw bij Maïm. Ze blijft bij me, volgt me; ze is er en laat nooit meer los. Dat is haar aard, haar wezen. Dat is wie ze is. Mijn hond. Onze honden. De hond. Een pure altruïst. Terwijl wij hen fysiek door de dagen nemen, dragen zij ook ons. Misschien wel meer dan andersom.




 
 
 

Gerelateerde posts

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page