top of page

Een man, een vrouw

16 dec 2022
3 minuten om te lezen

Een grote, brede man loopt rustig en sierlijk op me af, zijn duim achter zijn handtas gestoken. Zijn witte, halflange haren glanzen, zijn sjaaltje van zijde past bij zijn crèmekleurige jas en hij draagt een bruinleren rok en slangenleren schoenen. Tussen zijn rode lippen klinkt zijn zware stem en mijn vingers verdwijnen in een immense hand met blauwe nepnagels.


De twee jonge vrouwen naast me kijken op en dan naar elkaar. Het hele terras draait zich. Daar is-ie: de gêne.


De man kwam na 37 jaar huwelijk uit de kast als transseksueel en hij en zijn vrouw bleven bij elkaar. Via mijn vader kwamen ze bij mij uit; ze zochten een schrijver voor hun biografie.


Ik stel voor het café in te gaan. Minder mensen, minder blikken. Maar ik doe natuurlijk alsof dit een doodgewone ontmoeting voor me is. Niemand die iets aan me ziet. En ondertussen hoor ik het tekeergaan in mijn hoofd: dit is raar, jeetje, wat bizar, mijn hemel, wat is dit awkward…


Een man in vrouwenkleding is niet norm-aal

Dat ís het ook. Een man in vrouwenkleding is niet norm-aal. En wanneer iets niet volgens de norm is, valt dat op – noem het raar. Logisch dus dat ik op weerstanden bots. Maar dat laten zien of dat zeggen, is een brug te ver. Dat mag niet van de wokies. Terwijl het juist belangrijk is om dat te doen – om de opborrelende stemmetjes te aanvaarden en te bespreken. Maar nee, liever wordt de discussie vermorzeld en het taalgebruik aangepast – anders voelt iemand zich misschien gekwetst. Terwijl… Al laat iemand een piemel op zijn voorhoofd naaien... Wat maakt mij het uit? Maar verwacht niet van mij dat ik daar zomaar aan voorbijga. Dat kán toch ook helemaal niet?

Dat ik mijn vader plagerig een vieze homo kan noemen, bijvoorbeeld, zegt voor mij genoeg. Maar god, allerlei mensen vielen over me heen: dit reet een hoop oude wonden open uit de tijd dat ze beschimpt werden – en soms nog worden. Ik snapte dat natuurlijk wel; wij waren de schande van het dorp dus ik denk dat ik wel kan meespreken over kwetsende woorden. Maar laat ik die beladenheid nou net hebben voelen wegvallen toen ik naar mezélf ging kijken. Ik kon die vier letters toen ineens weer gewoon uitspreken en ja: er zelfs flauwe grappen over maken. In plaats van kwetsend, is het een teken van liefde.


En wat blijkt: de man en zijn vrouw, die ook mee aanschuift, denken er precies hetzelfde over. We spreken kort over de biografie en de rest van de tijd gaat over mens-zijn en over hoe iedereen daarmee worstelt. Deze man, die vrouw wil zijn, legt niets op. Mij niet, niemand niet. Zijn (klein)kinderen mogen gewoon (o)pa zeggen. Voor mij is dat wederzijds respect. En respect, dat kun je niet opdringen. Dat ontstaat uit de vrijheid die je elkaar laat.


Ik zie dan ook twee wijze, gerijpte mensen tegenover me. Geboren als een man en een vrouw en nu verbonden als twee zielen, zoals ze het zelf benoemen. Ik voel alle vrijheid om mijn vragen te stellen en gedrieën bewandelen we zo de weg van de ongemakken. Ik leer dat ombouwen ‘transitie’ heet en ik zeg dat ik schrok toen ik hem zag aankomen. Ik noem haar ook nog gewoon hem, ook al valt de buitenkant al snel zo goed als weg. Tot ik die ineens weer zie: die enorme nepnagels aan die grote handen, die grote voeten en hoe hij vrouwelijker dan een vrouw een haarlok opzij veegt. En ja, dan voel ik me weer even ongemakkelijk, wat ik dan ook gewoon benoem.


En dát, die eerlijkheid met elkaar, zorgt ervoor dat we écht contact maken. En laat dat nou net op het niveau zijn waar geslacht geen rol speelt…


Na vijf uur ronden we met tegenzin af. We nemen uitgebreid afscheid en voor een vol terras knuffel ik hen. Het kan me geen reet meer schelen.


Eenmaal bij mijn vader vraagt hij me hoe het was. Ik zeg dat ik onder de indruk ben en dat ik wel moest wennen omdat hij zo groot en breed is. Hij knikt. ‘Als het een man zou zijn, zou ik hem zeker proberen te versieren.’ Hij lacht eerst en kijkt me dan wat bescheten aan – hij lijkt zich te herinneren dat ik hem kort daarvoor had gezegd dat hij me ook te véél kan vertellen. Maar nu lach ik met hem mee. Met name om ‘als het een man zou zijn’. Zo ver ben ik nog niet.



 
 
 

Gerelateerde posts

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page