top of page

Daten en knoflook eten

9 dec 2022
3 minuten om te lezen


Ik perste knoflook. Véél knoflook. En ik dacht terug aan 2010. Ik had knoflook gegeten. Véél knoflook. En na dat eten had ik onverwachts een date. Anders eet je geen knoflook. Of toch niet zovéél knoflook.


De avond verliep dan ook niet helemaal vlekkeloos. Meneer vond dat ik naar knoflook rook. Echt héél erg naar knoflook rook. Verder dan dat kwam ons gesprek dan ook niet. Daarom wilde deze jongeman, niet nader te benoemen bij zijn naam Simon de Snaak uit Heerhugowaard, nóg eens met me op date. Als soort van tweede kans. Om te bewijzen dat ik wel normaal kan ruiken en niet altijd afstand creëer. Joviale vent, die Simon.


Om elk risico te vermijden, kéék ik niet eens meer naar knoflook. Daten werd hét strafkamp van de 21e eeuw. Al was het dat al toen ik nog gewoon knoflook mocht eten. De angst dat hij al na twee slokken van je Likeur 43 met 7-up niet in het plaatje past; het ongemak bij het afscheid waarbij je onvermijdelijk en met een zure glimlach zegt: ‘Nou... Uh... Ja.... Was gezellig’; de adrenalinestoot als hij zijn gezicht naar dat van jou beweegt en alles in je lijf roept: neeeeeeee... (Mijn beste vriendin sloeg zo eens haar hoofd naar achteren, boven op de punt van haar openstaande autodeur.) Er waren ook leuke dates, hoor, maar die halen dit soort verhaaltjes doorgaans niet.


Goed, een week later zat deze man weer naast me. Onvermijdelijk kwamen we toch weer over onaangename geurtjes te spreken. Hij keek eerst moeilijk - ‘Ik dacht vorige week dat het de knoflook was die ik rook’ – en toen vies: ‘Maar het is je háár.’


Je zou denken dat ik hem in zijn gezicht heb uitgelachen, hè? Ja… Dat zou ik ook denken

Je zou denken dat ik hem in zijn gezicht heb uitgelachen, hè? Ja… Dat zou ik ook denken. Nu. Maar het was niet nu. Het was toen. En toen schrok ik. Oh nee! Shit, mijn haar! Naar knoflook? De adrenalineshock was vroeg vanavond. ‘Maar ik was het elke dag’, probeerde ik. ‘En ik heb een…. Wacht’, zei ik en ik sprong op.


Ik liep naar de badkamer, snifte ondertussen een keer (of tien) aan mijn haar (knoflook??) en griste mijn pot gel van de plank. Ik rook eraan en liet hem hetzelfde doen. Hij trok zijn neus weer op en schudde toen zijn hoofd. ‘Nee, dat is het niet.’ Hè?? Dan móést het rondom mij hangen, die nare geur. Maar hoe dan?


Het was gelukkig niet het enige waar ik me druk om hoefde te maken. Na een blik op mijn fotowand merkte hij op dat ik mooier ben wanneer ik mijn haren niet los draag, zoals nu, maar ze opsteek, en hij wees me op een plaat op de muur: ‘Dan lijkt je voorhoofd niet zo groot.’ (Dit is geen fictie, mensen.) En nadat hij zijn ogen over mijn lichaam had laten glijden, wilde hij nu weleens weten waarom ik een broek droeg en geen rokje, om zelf te antwoorden dat het waarschijnlijk te maken had met een probleem met mijn vrouwelijkheid. (Ik zeg niet dat het niet klopt, maar op een tweede date verwachtte ik toch wat geplogenheden.)


Ondanks mijn knofloofaroma, mijn grote voorhoofd en animaprobleem was ik nog altijd een prooi. Twee minuten nadat hij doorhad dat een broek moeilijker open te krijgen is dan een rokje stond hij buiten. Zelf opgestapt. En níét omdat ik hem al na zijn eerste opmerking had buiten geflikkerd.


Terwijl ik knoflook perste, begon ik keihard te lachen. Zo’n idioot zou dik tien jaar later mijn voordeur nog niet mogen aankijken. Ik hoopte dat ik de volgende dag héél erg naar knoflook zou ruiken.


 
 
 

Gerelateerde posts

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page