De Kruidvat

Ik was in jaren niet meer in de Kruidvat geweest. Maar ik wilde bij de osteopaat niet meer blootgeven dan mijn benen en bovenlijf en hier verkochten ze van die broekjes met langere pijpen. Ik had eens zo’n ding uit de de kast van mijn moeder gejat. En verdorie: hij zat nog lekker ook. Sexy: nee. Fijn: ja.
Het was er als vanouds. De rode hemden van de verkopers nog even vaal en het logo riep na al die jaren ook nu: HIER WIL JE NIET ZIJN.
Zo was er eens een vrouw die hier een zwangerschapstest kocht. Ik ken haar alleen vaag, maar het verhaal gaat dat zij – weggedoken in haar sjaal – haar blik afwendde terwijl de verkoopster aan de kassa riep: ‘Ooooh, wat leeeeeuuuuk!!! Denk je dat je zwanger bent???’ Deze vrouw griste het ding mee en liet het wisselgeld van 1,50 zitten. Nóóit meer zou ze in de Kruidvat komen, beloofde ze zichzelf.
Ik wist nu weer waarom. Nog altijd ligt de inhoud van de schappen over de vloer verspreid, een medewerkster er op haar knieën tussen. Karren met aanbiedingen blokkeren schots en scheef de gang, de inhoud ervan steevast uiteengereten over de rand omdat Berta 33 op zoek was naar de stukken die door 1 tot en met 32 al mee naar huis waren genomen. En er lopen nog altijd mensen rond die wat spul het liefste ter plekke gebruiken. Even je vinger door een pot gel halen en 'm terugzetten met Nivea naar de achterkant gericht. Heel effe je oksels inrollen met zo’n deostick.
Je ziet het niet gebeuren, hè? Ik wel. In de Kruidvat.
Het hoorde niet thuis in de Kruidvat, deze volmaaktheid. Een rustpunt tussen alle chaos
Na wat noodzakelijke omwegen, stond ik voor het rek vol broekjes. Het lijf van de vrouw op de verpakking vond ik vreemd. Ik bedoel: het is heus met dat van mij vergelijkbaar. Maar het hoorde niet thuis in de Kruidvat, deze volmaaktheid. Een rustpunt tussen alle chaos. Het gaf moed, maar maakte de warboel om me heen ook alleen maar groter.
Ik wilde zo snel mogelijk naar de kassa. Ik betaalde contant en wilde nu elke stuiver terug. De vrouw pleurde een tasje boven op mijn spullen en liet het bonnetje op de grond dwarrelen. Ze snauwde me nog een fijn weekend toe en weg was ze. Ik mocht mijn teringspullen zelf inpakken. Ze had namelijk nog wat belangrijke ondingen van de grond te rapen nu haar collega's in de deuropening - lurkend aan een peuk - de nieuwste roddels de winkel in bliezen.
Ik schoof mijn broekjes in het tasje. Net als een gel die ik al jaren gebruik en hier goedkoper is. En mijn elastiekjes. En tandpasta. En nog iets wat ik niet met je ga delen.
Dus, weet je, uiteindelijk, in the end, als de wereld op het punt staat te vergaan, zullen we ons allemaal één ding herinneren. Zonder de Kruidvat konden we simpel niet.




Opmerkingen