top of page

Banaan

16 dec 2022
3 minuten om te lezen

Ik heb een interview met een oud-voetballer. Hij maakte deel uit van een lichting die de club de enige grote prijzen in haar historie bezorgde en om wat herinneringen op te halen spreken we af in het stadion.

Ik ben er al wanneer de man binnenkomt: strak in pak en twee blinkende, oceaanblauwe kijkers. De man glimlacht charmant en schudt me de hand. Goed, ik heb dus een interview met een knappe oud-voetballer.

Smaak is subjectief, maar die van mij blijkt nog nooit zo objectief te zijn geweest. Elke vrouw in zijn buurt valt om, krijgt druppels in haar mondhoeken of begint wartaal uit te slaan. Ik niet. Ik ben koel. Als altijd. Nadat ik mijn blik uit zijn ogen heb getrokken en mezelf op mijn professionaliteit heb gewezen dan. Maar dat terzijde.

Bon, deze knappe man had een groot aandeel in de prijzen die de club in het verleden won en daar zijn ze hem nog altijd dankbaar voor. Een grote foto van de Knappe Man hangt aan de muur, mensen schudden hem gulzig de hand of gaan met hem op de foto. De Knappe Man zelf raakt daar ogenschijnlijk niet van in de war. Of hij is eraan gewend, óf hij kan goed doen alsof. Óf ze bestaan: mannen met een laag ego.


Of hij is eraan gewend, óf hij kan goed doen alsof. Óf ze bestaan: mannen met een laag ego

We staan in de gang van het stadion als een vrouw ons, of liever: hem, tegemoet loopt: haar zwarte laarzen tikkend op de vloer met daarboven een jurkje en leren jasje in die kleur. Haar kaken vermalen iets en aan de schil in haar linkerhand te zien, is het een banaan.

In de tien meter die ze moet overbruggen, gaat ze recht op haar doel af - haar heupen swingend bij elke tik. Dan steekt ze haar hand uit naar de Knappe Man, zegt vrolijk en uitdagend ‘Hoooooooi’ en noemt haar naam. Mij kijkt ze niet aan. En dus sta ik haar ongegeneerd te bestuderen als ze met de Knappe Man in gesprek gaat.

Ik zie hoe ze naar hem kijkt en hoe ze beweegt, hoe ze lacht en giechelende geluidjes maakt.

Het zal ongetwijfeld vaak werken, maar ik zie het gewoon niet. Hoe je dit bedenkt, en dan doet. En vervolgens weet wat je moet zeggen. Of niet weet. Maar dat dat niet uitmaakt. Dat een beetje glimlachen, van je ene voet op je andere wiebelen en met je rokje wapperen genoeg is. En dat je dan wel ziet of de Knappe Man daar voor valt.

Hoe langer ik naar de vrouw kijk, hoe minder ik het zie. En hoe onrustiger ik word. Plaatsvervangende schaamte en irritatie gieren door mijn lijf. Ik schuif op mijn voeten, trek voor de 138ste keer mijn telefoon uit mijn broekzak en kijk wat om me heen, de diepte van een gang in. Op zoek naar een uitweg uit dit circus. Nog altijd passeren er mensen die hun nek draaien, de Knappe Man de hand schudden en met hem een selfie willen nemen. En dan, wanneer hij voor een van die camera’s vriendelijk lacht, klettert die vraag uit haar mond: ‘Heb jij hier eigenlijk ook ooit gespeeld?’

Een rauwe stilte valt. Blikken kruisen elkaar. Ook de vrouw kijkt rond nu het geluid tegen de muren uiteen is gevallen en iedere beweging in een ander licht staat. ‘Oh’, zegt ze dan en ze duikt ineen. Langzaam stijgen er stemmen op. Uit mijn mond ontglipt een lach zoals ik van mezelf zelden heb gehoord; bulderend en ingehouden tegelijk. Ik vind het meteen lullig, maar ik bedoel... Stel je voor: dat je in een ultieme poging om pakweg Berry van Aerle te verleiden, vraagt of hij ook ooit bij PSV heeft gevoetbald. Of dat je Sjaak Swart je bed in probeert te lullen en hem de vraag stelt voor welke club hij eigenlijk is.

Ze probeert zich met wat gestotter uit deze situatie vol van geroezemoes en gegrinnik te redden, maar de consternatie blijft. Ik maak een opmerking met onder meer de woorden ‘vrouwen’ en ‘voetbal’ en schud mijn hoofd (bitch ben ik).


Een beetje glimlachen, wiebelen en met je rokje wapperen

Ik kijk naar de vrouw en zie een ander nu. Ze heeft iets feilbaars in haar ogen, iets natuurlijks, iets menselijks. Ze ís nu iemand. Ze is een vrouw. Tegenover een knappe man. Vol schaamte en ongemak. Misschien komen we toch nog ergens.

In alle commotie knikt de Knappe Man naar de schil in haar hand. ‘Misschien zat daar iets in’, zegt hij lachend. ‘Was-ie wel lekker?’

De schaamte glijdt van haar af; ze is weer op vertrouwd terrein. ‘Altijd, hè...’, antwoordt ze en dan die blik... Ze draait zich om en loopt de gang door. Haar heupen zwaaiend, de bananenschil bungelend in haar hand.

Ik haal opgelucht adem. De Knappe Man en ik kunnen weer fijn over voetbal praten.


 
 
 

Gerelateerde posts

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page