top of page

Wachtkamera

16 dec 2022
4 minuten om te lezen

De wachtkamer was leeg, achter de deur gedempte stemmen. Een lach, een stilte. Gewild of ongemakkelijk?


Ik kon ze voor me zien, de osteopaat en zijn patiënt. Een op de stoel aan het hoofdeinde, de ander liggend op de behandeltafel.


Ik ken beiden. Bij het parkeren voor de praktijk zag ik de auto van een vriend. Ik glimlachte bij de gedachte hoe het lot ons, mensen, ook op onverwachte momenten aan elkaar weet te koppelen.


Ik kon ze niet verstaan, maar wist wie wanneer aan het woord was en ik vroeg me af waarover twee mannen praten die geen vrienden zijn? Ik had geen idee…


De behandeling duurde lang. Of ik was vroeg. En zo zag ik de wachtkamer net een tikje beter dan anders. Ineens viel me op hoe weinig functie al die moeite die erin was gestopt had. Op de houten stoelen zat zelden een wachtende en dus was er nauwelijks oog voor de kunstwerken. De vooroorlogse radio op de logge, houten bank deed het niet en de tijdschriften in de houten kistjes lagen stof te vangen.


Ik vroeg me af of ik iets kon vinden van de kunst. Of ik ervan genoot. Of die überhaupt iets met me deed en ik daar een analyse over mijn onbewuste op kon loslaten.


Ik wist het zeker: ik werd hier, in de wachtkamer, vastgelegd

Voor zover ik weet gebeurde dat niet. Althans, tot die analyse kwam ik niet. De radio trok meer aandacht. Hij kwam uit een tijd die ik niet meemaakte en waar ik geen idee bij heb, anders dan wat ik in films en op foto’s zag. Voor mij is het leven in de oorlogsjaren dan ook zonder kleur voorbijgetrokken. De planten, de dieren, de huizen, het interieur: elke geranium, elk paard, elk meubelstuk was zwart of wit.


In het midden van de voorkant van de radio zag ik een bol. De helft stak eruit, het andere deel zat er nog in. Hij was doorschijnend.


Ik heb weleens gehoord dat mensen er na een paar dagen in een gehuurd appartement achter komen dat er een camera zat in het oog van een knuffel of zo. Nou, die bol… Dat was er zo eentje. Ik wist het zeker: ik werd hier, in de wachtkamer, vastgelegd. ’s Avonds zou de osteopaat kijken wat een mens zoal doet in een wachtruimte.


En ja, toen zag ik mezelf natuurlijk met terugwerkende kracht bezig. Ik had het natte stof onder mijn oksel losgetrokken en mijn neus ertegen geduwd. Ook had ik in mijn kruis gekrabd (maar heel kort hoor). En mijn schoenen uitgetrokken om aan mijn sokken te ruiken. Eigenlijk zoal de dingen die een mens doet in een wachtruimte.


Nu zat ik kaarsrecht, met mijn benen over elkaar geslagen liet ik mijn voet nonchalant bungelen. Vol ernst nam ik het schilderij en het houten kunstwerk in me op. Eigenlijk zoal de dingen die een mens behoort te doen in een wachtruimte. Het ‘rrrrrrrrrr’ van een registrerende camera op de achtergrond.


Ik had het natte stof onder mijn oksel losgetrokken en mijn neus ertegen geduwd

Op het moment dat ik me bewust werd van hoe keurig ik op die stoel zat omdat er een camera op me gericht zou zijn en hoe hilarisch die gedachte was (de osteopaat is de moraliteit zelve), was dit alles al gebeurd. Al die gedachten en handelingen waar ik zoveel woorden voor heb, gebeurden in een split second.


Ik ging plassen.


Op de wc zag ik dat mijn onderbroek na een dag werken minder slim fit was. Dit zou, op de behandeltafel, een ongepast inkijkje kunnen geven, maar gelukkig had ik daar ’s ochtends al op geanticipeerd. De camera registreerde hoe ik de wc uitkwam, iets uit mijn tas plukte en in mijn handpalm liet verdwijnen. Ik verdween opnieuw uit beeld en een minuut later nam ik weer plaats in de wachtruimte. Kaarsrecht, mijn benen over elkaar gevouwen, mijn rechtervoet nonchalant bungelend. De vieze onderbroek weggemoffeld in mijn hand.


De deur ging open. De vriend knikte kort en zei ‘dag’, zoals je knikt en dag zegt tegen een vreemde. Maar toen hij zag dat ik het was, veranderde zijn blik. Van afgesloten, zijn focus vanbinnen, naar één die we deelden; zoals we al zoveel blikken hadden gedeeld.


Op de behandeltafel ging er een paar keer een naar binnen geslagen lachstuip door mijn lijf wanneer ik zijn gezicht weer voor me zag. En op weg naar huis wist ik: alleen de osteopaat zou uiteindelijk een totaalbeeld hebben van dit verhaal, aan beide kanten van de muur. Als hij ’s avonds, ver weg van zijn gezin, de deur op slot, dit tafereel terugkeek. Zich voor eeuwig buigend over die ene vraag: wat ik daar toch wegmoffelde. Ha!



Ondertussen vraag ík me dan weer af waar die schok vandaan kwam die mijn vriend een meter achteruit deed deinzen toen hij me zag, zijn rug tegen de muur. Alsof ik hem betrapte op een bezoekje aan de osteopaat. Maar waarschijnlijk zag hij gewoon mijn vieze onderbroek in mijn handpalm, die ik pas in de behandelruimte, buiten het zicht van de camera, in mijn handtas liet glijden.



 
 
 

Gerelateerde posts

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page